Posts tonen met het label Mystiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mystiek. Alle posts tonen

16 oktober 2011

Droom van een Schildpad

Ze staan stil hier voor de vrede
komen langzaam dichterbij
als nieuwe keizers van de wereld
achter westelijke bergen
niemand kent er nog hun naam
zoals zij tijdenlang verscholen
hier bestaan in hun lichtvoetigheid
in dans voor klokkentorens

Achter westelijke bergen
hoor ik trommels harder slaan
als iets van antwoord op hun roepen
spindauw tussen heksenkloven
zingen zij van de rivier
meerstemmig wat er overblijft
van water dat er zal verdampen
verre nevels verder drijft

Als van de schildpad die het dromen zal
zijn rug recht en verstijft
en schild voor schild zijn huis zal dragen
ver voorbij het wolkenklooster
als de hemel die hij optilt
als een kleine ganspagode
en in eeuwigheid zal dienen
zo hij niet gevangen blijft

Zo zal de dichter het verstaan
die voor zijn strohut verzen schrijft
en tijd verdrijft op rijstpapier
om het eens zelf te geloven
kijk - de kraanvogels, ze gaan
hebben hun veren opgestoken
met de hemel in zijn hand
vliegen ze haast ondersteboven
















13 oktober 2011

De Heerboer

Eens per jaar wanneer de heerboer
weer zijn hooikist liet verdelen
kwamen kroegenlopers samen
om een nachtvlinder te stelen
om te dansen achter maskers
met hun stukken van verdriet
in een omhelzing van een speeldoos
die er dagenlang bleef spelen

Even waren zij onzichtbaar
als de schimmen die zij waren
uit een kijkdoos opgestaan
om benen in de lucht te dragen
om te zingen en te drinken
met dat wat de nacht er liet
als tafelspringers, Tempelieren
vallend van de bokkenwagen

Alles wilden zij er geven
voor hun dorstig onbehagen
als een schenking die ter zake
met de dood vocht om het leven
voor wat liefde, avontuur
het bier dat hier werd doorgegeven
als de tijd die niet van hen was
en door haast werd opgedreven

Eens per jaar wanneer de heerboer
twistte om wat geitenharen
stond hun blik alweer vooruit
ver naar het gekkenhuis te staren
vastgenageld in een kijkdoos
die men zomaar achterliet
en waar men benen soms kon zien
die in de lucht ballonnen waren

















12 oktober 2011

Huis van de Geleerden

Om die ene overgebleven vraag
maar beantwoord te krijgen
moest ik weg - de berg op

En ik fietste uit verlangen
en met honger in mijn benen
naar het Huis van de Geleerden
kromgebogen op mijn tenen
en ik hijgde uit nieuwsgierigheid
ik hijgde uit onwetendheid
en fietste alsmaar harder
iets van toekomst tegemoet

Treed naar binnen zo U wilt
en vul uw leeggedronken ziel
sprak er de man die na mijn aankomst
weer meteen de poort zou sluiten
kies het boek uit dat van U is
waar uw oog het eerst op viel
en bewaar het in uw hart
U gaat als ander mens naar buiten

Treed naar binnen zo U wilt
U gaat als ander mens naar buiten

Zag het zonlicht - zalig zonlicht
fraaie bundels dichtend zonlicht
hoe het danste als een vuurvlieg
over treden naar beneden
hoe het neerstreek op dat ene boek
ik had het zo herkend
het rook naar opgedroogde inkt
en oudgeworden perkament

Het was van mij - zoals hij zei
ik was het zo vaak nagerend
maar nooit begrepen waarom ik
het toen zo vaak nog had gelezen
als een antwoord op zoveel
zoals het zonlicht had geschenen
koos ik nu dat wat van mij was
duizend zinnen voor dat ene

Liet het stoflicht achter mij
en stilte viel er van het raam
het zonlicht scheen nu zoveel minder
zonder naam die werd geschreven
in een zaal - een pandemonium
een weeshuis vol talent
ik vond een antwoord op een vraag
die ik zo vaak was nagerend

Ik liep naar buiten ongeremd
waar weer die man mij was verschenen
ziet U wel !- riep hij mij na
U wist niet dat ik het zou menen
en ik lachte en ik lachte
om dat wat hij had herkend
maar zoveel meer nog om mijzelf
die een vraag had voorgewend

















Wolkentrein

Op dromen rijdt mijn wolkentrein
door strobolicht langs oosterlijn
met speelgoedvogels voor het raam
waar noorderlicht mijn gids zal zijn
op hemelsporen buitengaats
door stiltes die ik achterlaat
stationnetjes van Nooitgedacht
gebouwd op slechts één spinnendraad

Ik laat mijn zere ogen gaan
op wolken hier niet ver vandaan
waar Kleine Beer de hemel wijst
een Melkweg om af te slaan
en kleur het boek van mettertijd
met parelmoer en sterrenkrijt
voor manen die haar nader staan
mijn koningin op beddensprei

Nog voor zij mijn gezicht verlaat
en langzaam buiten westen gaat
vertraagt vanachter rookgordijn
in koele nacht mijn wolkentrein
op sporen die er vonken slaan
als sterren naar beneden gaan
en vallen in haar laatste schijn
voor iemand nog een droom te zijn





Wit op Wit

Wat U ziet is wat er is
en wat U niet ziet zo voorbij
probeert U dat maar te begrijpen
in het vierkant van uw leven

Langzaam boog mijn hoofd naar links
om maar dat ene beeld te grijpen
wreef mijn ogen nog eens uit
om ze vervolgens toe te knijpen

Ja, heel goed - sprak achter mij een zware stem
de kunstenaar
die mij liet schrikken in een ogenblik
waarin ik was gebleven
Het moet rijpen met uw blik - zei hij
vooruit, toe - kijk nog even
en vertel mij wat U ziet
in uw zo wezenloos gestaar

Het viel mij zwaar hier iets te zien
op zijn zo witgestreken linnen
dat zo wit was in verschijning
dat het welhaast licht moest zijn
het was zo wit - dit schilderij
het straalde zonlicht diep van binnen
maar ik kon er niets in zien
laat staan een naam er bij verzinnen

Nee, ik weet het niet - zei ik
wat ik moet zien - dus zeg het maar

Het is een grote witte uil - zei hij
hij vliegt U soms voorbij
als iets van onvoltooide tijd
waarmee uw diepste wordt beschenen
Maar het is toch wit-op-wit - zei ik
en draaide me opzij
maar de man die het mij zei
leek met mijn laatste woord verdwenen

In verbazing bleef ik achter
met dit ene schilderij
dat mijn verbijstering trotseerde
witte veertjes had gerezen
en ik dacht er aan de man
aan wat hij zei - wie hij kon wezen
tot ik later in voorbijgaan
pas de titel had gelezen
















Liedje van de Zee

Karrenwielen door het zand
twee zwarte paarden voor de wagen
bovenop een houten koffer
die hij meenam naar de zee
met iets er in van bladmuziek
en olielampjes om te staren
naar de muggen rondom glas
het stille ebben van het water
en dan was er nog die deken
waar zij samen zo op lagen
in nabijheid van hun adem
en een eindeloos verschiet

Hier was de hoedenman nog levend
met de vogels die er waren
en hij zong voor haar een liedje
van de zee - melancholiek
hier was de hoedenman alleen nog
met zijn vingers en zijn snaren
waar hij zong van lange zomers
die hij van haar wou bewaren
en aanraakbaar bleek zij even
in wat wind er achter liet
om er zijn tranen mee te drogen
van zijn weggewaaid verdriet

Hij boog zijn hoofd iets licht vooruit
zo licht - alsof hij haar wou vragen
met een hoedje dat hij opnam
en een koffer in zijn hand
de vloed kwam sneller op dan ooit
hij ging zoals hij haar wou dragen
zwarte paarden voor de wagen
karrenwielen door het zand




Er was eens...

Alles ging terstond voorbij
met zwarte kraaien die zij lichtte
zachte lippen die zij stiftte
met karmijn - het diepste rood
om in betovering verheven
koningin te zijn in steden
met haar peperkoeken hart
waarin zij lege zielen sloot

Zij woonde overal en nergens
in een tijd die nog moest komen
strooide kruimels tussen bomen
brak geloftes - spiegelwand
stak er de draak met spinnewielen
om als mooiste weg te dromen
holde wolven achterna
met zwarte raven op haar hand

Zij trok de wacht van lange neuzen
met de elfen, de reuzen
lokte goud in witte haren
met een kater op haar schoot
en zij genoot haar stille kracht
die wij met glimlach van haar zagen
van haar zagen - zo zij zijn wou
als een antwoord op de dood