Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Vrijstaat zonder Naam

Ongrijpbaar
als veel te grote reus
zie ik hem gaan op zevenmijlslaarzen
over opgeblazen wolkenvelden
platgetrapte bergen
spottend met rivieren
zwaartekracht en dood

Zijn jas
onbehouwen
los
van ongesponnen garen
voor wie achterwaarts hem liefheeft
trekt hij hemelbreed zijn spoor

Iemand noemde hem een held
zoveel anderen een ezel
groter dan zijn eigen schaduw
vreet hij liever lege lucht
is hij uitgestrooide vorst
die verre sterren nog wat wintert
is hij wat zij van hem vrezen
grote ogen
zonnerood

Broeder die hij had verlaten
door wiens bloed het nog zou stromen
lag gebonden aan het tijdwiel
van nooit meer
totdat hij sliep
hij liep vooruit tot aan het eind
tot waar de wereld hem kon komen
in vooruitzicht van een kromming
waar nooit iemand had gewoond

Hij had zich waarlijk vrijgemaakt
zonder een traan er bij te laten
voor een vrijstaat zonder naam
laat staan maar iets van een gezicht




 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen