Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Openbaring

Alsof hij een oude vriend ging bezoeken
stond hij op - midden in de nacht
hees zich in pak
en sloot de deur

Hij
die steeds zijn oude handen vouwde
bad voor het geringste eten
en reciteerde
ellenlange verzen uit zijn hardgekafte bijbel
met dungelijnde paarse lippen
waarachter het woord van zijn Heer
diep verborgen lag
als Dode Zee-rollen in de nacht

Nu was het zijn moment
één te worden met zijn hand
met de aanraakbaarheid van God
heel dapper vooruit
de Mozesberg op

Bij het Katharinaklooster vingen wij hem op
met grap en grote ogen

Wij
die met hem één kamer deelden
niets wisten van zijn bestaan
en zijn rechte leer betwistten
maar toch
oprecht hem vroegen
naar zijn steile gang naar boven

Hij had gezwoegd - getaande uren
maar de top bereikt
de boetedoening gelaten
want zijn oude, blote knieën
had hij 's avonds nog nodig gehad
om er zijn Heer te danken

Het uitzicht viel hem tegen
en hoe meer hij hiervan doordrongen raakte
en vertelde - en vertelde
hoe meer hij - haast in openbaring
inzag dat het maar een berg was geweest

Maar een berg

Hij rechtte zijn pak
wij aten wat
en deelden met hem
méér dan brood

Maar nimmer het geheim
van onze schandelijke liefde

Het moest zo zijn

En toch
tegen beter weten in
hielden wij van hem

Als hij
van een onbegrepen berg




 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen