Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Koud Kunstje

Het was een onbestemd genoegen
dat hij graag met hen wou delen
als hij weer een horde kleuters
voor zijn ijscokar zag staan
met van die wapperende handjes
en die ikke-ikke-keeltjes
die zich schreeuwden om het hardst
daar in die kleuterkaravaan

En ja - hij haatte ze, die dreutels
die zo strontverwende vlegels
die hun keeltjes harder schraapten
dan met ijs ooit was gedaan
maar hij stond elke dag weer klaar
om koude kunstjes uit te delen
net zo lang tot heel de meute
weer het lachen was vergaan

Hij keek ze aan - zou zich vermannen
met een smoeltje uitgestreken
boog voorover - met een glimlach
en vroeg elk kind zijn naam
en welk ijsje het dan wilde
waarna heel de boel weer gilde
ijs - ijs - ijs - wij willen ijs
vanille, aardbei en banaan !

Hij maakte daarna als een vorst
een grootse scheppende beweging
om vervolgens met een grijns
zijn hand te zwaaien voor het raam
op - op - op - het ijs is op !
krijste hij zelf nu bedreven
schoof het raampje langzaam dicht
en trok de ijsbel in zijn gaan

Het waren strontverwende vlegels
ting - ting - ting
ik kom eraan !








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen