Stroman Gedichten

16 oktober 2011

Steen op Steen

Steeds als Henk weer ging verbouwen
en met stenen liep te sjouwen
voor een muurtje dat hij maken zou
dan was hij de sigaar
want zijn vrouw die er op toe zag
en als sfinx er op de bank lag
klaagde meters steen en been
en gaf hem zinloos commentaar

Zeg Henk, je moet het zelf weten
maar je bent een steen vergeten
en dus zeg ik het maar even
anders word je straks weer naar
en de specie is te laf, Henk
en de voegen zijn te straf, Henk
en de steenkleur vind ik achteraf
toch best wel een bezwaar

Zeg Henk, je wil het vast niet horen
maar je gulp staat weer open
en de kruiwagen trekt sporen
van de tuin tot het dressoir
en mijn haren worden vies, Henk
en mijn lakens worden vies, Henk
en mijn nagels drogen niet, Henk
wanneer ben je nu eens klaar ?

Het was er niets teveel gezegd
de laatste steen kwam snel naar voren
en Henk metselde in tempo
ze toen rap nog op elkaar
waarna hij even een moment
van haar de laatste sneer kon horen
deze zit achterstevoren, Henk
de voorkant die zit daar !








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen