Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Sinds de Hemel werd gesloten

God had zelf notabene
nu zijn koninkrijk verzegeld
en verlaten voor een bankje
van het winterpaviljoen
waar hij kon omzien naar de mensen
die zijn wintertuin bekleedden
vol met glinsterende paarden
die hun glans hadden verkregen
van de draaimolens die draaiden
als een spinnewiel bij nacht
voorbij een toverlint van lichtjes
in de sneeuwgeworden regen

Dichterbij was nu de hemel
zoveel dichter dan hij dacht
voor alle tovenaars van licht
die uit zijn duisternis verdwenen
en in duizendlicht op aarde
aan zijn altaar nu verschenen
met wat toeters en wat bellen
door hun zelf meegebracht
om uit te stallen als het leven
dat zij samen wilden delen
met wat draaiorgelmuziek
die rond een centenbak bleef spelen

Hij was één met hen geworden
rond een vuur dat was gebleven
bij het winterpaviljoen
waar hij nog op een bankje zat
en van een suikerspin nu at
die hij er fijntjes had verweven
met een haardos van zijn baard
die aan zijn onderkin bleef kleven
en hij schaterde het uit
met alle mensen van de stad
en alle tovenaars van licht
die hij er meer dan nodig had

De hemel was veel dichterbij
veel dichterbij was nu de hemel
in een duizendlicht op aarde
aan zijn altaar nu verschenen





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen