Stroman Gedichten

13 oktober 2011

Reddertje

Vat geen kou mijn beste jongen
sprak mijn vader toegenegen
en hij trok mij goed bedoelend
warme winterkleren aan
twee stoere boeren winterlaarzen
waar hij krom voor had gelegen
en een jas van houtje-touwtje
uit een mottenbal gehesen
wollen wanten en een das
om zo mijn mannetje te staan
want een held ging nooit op sokken
had hij altijd onderwezen

En zo stond ik als een zwaan
in vleugelwieken op te treden
op de duikplank van het zwembad
om mijn lot te ondergaan
en ik plonste als een baksteen
in het diepe naar beneden
waar mijn houtje-touwtjes knapten
en ik bijna was gebleven
maar ik wou mijn zwemdiploma
niet verloren laten gaan
en dus vocht in mij omhoog
totdat mijn vingers boven dreven

En ik wees ze als een dominee
die preekte naar de hemel
waar een reddertje in nood
mij haast verloren was gegaan
maar ik trapte in het water
op mijn allerlaatste benen
en het lukte deze keer
de gladiolen toch gekregen
dankzij vader die dit alles
mij zo vaak had voorgedaan
en domme Daan op wie ik even
één minuut kon blijven staan













  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen