Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Poespas

Met mijn uitpuilende ogen
die ik graag de kost wou geven
zag ik prachtig vervolmaakt
op een bitter andijvieblad
gestoofde blokjes pastinaken
met vier reepjes bloemkoolstelen
die met - iets nog van een zeebaars
kiekeboetje wilden spelen
op dat veel te grote bord
waar ik een spruitje nog van at
dat er alleen lag en niet snapte
dat ik berenhonger had

Na twee minuten vissengraat
was al het fraaie weer verdwenen
doopte ik mijn tien geboden
in een kommetje met nat
wat niet zo mooi bleek - achteraf
toen ik wat beter had gekeken
want het was de bouillabaisse
die zo helder had geschenen
maar het boeide mij niet meer
ik was die poespas meer dan zat
en ik bedankte voor de eer
om plaats te maken voor patat

Niet van die chique, magnifieke,
opgestoken frietmalaise
maar zo'n stadse raspatat
op een mooi bedje mayonaise




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen