Stroman Gedichten

16 oktober 2011

Miró's Maan

De dag dat zij tot stilstand kwam
verdween tussen coulissen
was de dag dat zij slechts half werd
een schicht van haar gezicht

Zij was vader, moeder, God, de duivel
mooier dan Delilah
lenigde ons lamme weemoed
witter dan de witste zwaan

Wij waren haar bewonderaars
kijkers in haar naakte sponde
onze handen bleven schrijven
onverknoopte poëzie

Lange zinnen, lange liefdes,
onbegrepen trilogieën
maar steeds vuriger dan hartstocht
door haar roodgedoopte inkt

Wij ontvingen haar, omringden haar
en staarden ons gelukkig
dansten vissen uit het water
sprongen gaten in de lucht

Tussen zee en oceaan
dreven wij verder op haar tijding
vlotgetrokken uit haar dromen
gaf zij licht als licht kon zijn

Waren wij bewonderaars
of toch gemaakt als hoofdrolspelers
speelden wij haar koningsdrama
in een lichtend schimmenspel

Half naakt maar vervolmaakt
als silhouetten op de muur
wajangpoppen in de nacht
voor verre reizigers in ruimte

Alleen kunstenaars verstonden
dat wat nergens anders scheen
en hij schilderde een hond
die hard bleef blaffen tegen maan





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen