Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Het Bestand van Water

De zucht naar vrede
werd geslaakt in verontwaardiging

Het was de buitensporigheid ditmaal

Alleen het water
waarin zij na afloop
nog hun handen wasten
dacht daar anders over

Niets
rechtvaardigde de gedachte
voor een onsje minder te willen sterven
ook niet voor iets meer

Niets
zou het water
donkerder kleuren
dan vermeende onschuld

Het water was van iedereen
al proefde men pas na jaren
de ingedikte bitterheid
van verloren angst
de betekenis van buitensporigheid
waarin onschuldigen bestonden
keer op keer

Verlies U zelf niet
in de verontwaardiging
om een paar omgevallen stenen
als uw huis te branden staat

Wees niet blind
maar doof !




 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen