Stroman Gedichten

13 oktober 2011

Belladonna

Zo langs velden en langs wegen
zocht zij in het ochtendgloren
vrouwenmantel, goudenregen
ogentroost voor haar verdriet
valeriaan en monnikspeper
sleutelbloemen, riddersporen
alles voor haar rieten mandje
dat zij meedroeg met een lied

Ze hopte zomaar van de hop
weer naar de heermoes en het koren
zwierezwaaiend met haar armen
tussen bloesems en het riet
en dan plukte ze papavers
haverstro en wilgenroosjes
onzelievevrouwebedstro
rode klavers in verschiet

Er was niemand die haar zag hier
duizendguldenkruid geroken
niemand hoefde iets te weten
wat een kattenstaart er liet
ze zocht wat monnikskap bijeen
en wolfsmelk om te koken
en arseen nog voor de smaak
waar niemand later iets van ziet

Ze stond als eerste voor het altaar
met haar bruidsboeket naar voren
voor de zeventiende keer
alleen haar prins die zag het niet
dat zij echt zielsveel van hem hield
maar ook van kruiden en hun sporen
van Datura, Belladonna
en van Kruidje-roer-mij-niet








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen