Stroman Gedichten

17 februari 2013

Villa Kakelbont

Wie kent ze niet uit Sesamstraat,
uit Hamelen, de Onverlaat
de Swiebertjes, de Tovenaars
van lang, lang, lang geleden
zij leefden allen nu vermaard
in Villa Kakelbont bejaard
waar Pippi Langkous net de taart,
met Aart had aangesneden

Ze zongen allen van hiep-hiep,
voor Pommetje en Horlepiep
voor Kluk Kluk die voor het publiek,
iets nieuws wou uitproberen
hij klom op tafel met een speer
deed er drie salto's ongeveer
kwam lelijk met een doodsmak neer,
hij moest zich excuseren

En Q en Q hadden meteen,
een mooie foto naar het scheen
maar Bromsnor ging er brommend heen,
hij wilde niks riskeren
hij brulde met zijn zwarte pet
waar Derrick was, hij was hier net
maar Derrick zat, op het toilet,
Bonanza te boetseren

En Erik Engerd vierde feest,
hij was nog nooit zo eng geweest
hij zat alleen en had het meest,
met holle mond gekeken
zijn tanden vielen er al rap
al na de allereerste hap
zo in de Bibelebonse pap,
die Wrekers zouden wreken

En Barbapapa keek er toe,
tezamen nog met Dr. Who
hoe Mammaloe haar mammaloes
zo hoog nog kon jongleren
zij stond er klaar voor elke man
voor Dikke Deur en Sandokan
voor Catweazle, nou even dan,
ze zou ze demonstreren

En Ome Willem deed er mee,
hij deed zo leuk van knip-knap-knee
met geitenbreiers op de plee,
die broodjes moesten smeren
hij klom omhoog met deze vuist
vond Juffrouw Saartje daar nu juist
die hij knock-out sloeg, onbesuisd,
ze kon zich niet verweren

En Eucalypta morste dra,
op Kojaks' broek wat hopjesvla
hij bibberde nog even na,
maar kon het wel waarderen
hij nam een lolly er nog bij
waarna hij haar toen grommend zei
als jij die boskabouter vindt,
dan mag jij hem straks scheren

En Japie King Korn klom met brood,
bij Calimero nog op schoot
die hield zich groot maar hij was klein,
hij wou nog protesteren
het was niet eerlijk, dat was waar
sapperdeflap, wat was hij zwaar
de eierschalen vlogen rond,
met zwarte kuikenveren

En Bartje Bartels keek weer groen,
zoals de Hulk het zou doen
in jaba daba daba doe,
hij bad niet voor zijn Here
hij schoof zijn bolle broek omlaag
gaf Zoef de Haas de volle laag
want bruine bonen, godgeklaagd,
hij kon ze niet verteren

En de Dame die zeer Deftig was,
nam er het woord en hief het glas
ze zat aan tafel en zou ras,
haar scheetjes ventileren
ze stond al snel in vuur en vlam
toen er een Malle Pietje kwam
die weer eens een sigaartje nam,
ze zou er exploderen

En allen gingen nu spontaan,
weer vrolijk op een rijtje staan
om met elkaar, Pipo vooraan,
de Horlepiep te eren
De Vieze Man die deed niet mee
hij likte aan de canapé
stond later in de gang blasé,
een paard te urineren

Ze sprongen allen uit de band,
in Kakelbont voor Fabelland
een Uil las het nog uit de krant,
wat morgen zou passeren
Ze waren er nog lang niet moe
toch deden ze hun snavels toe
want iedereen die zag er hoe,
een knipoog kon kalmeren








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen