Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Zevenslaper

Laten we slapen tot de dagen
van december zijn gebroken
en de scherven van een zomer
in een houtvuur zijn vergaan
en tel met mij de maanden mee
door ze in weemoed weg te dromen
en aanhoor de zevenslaper
zachtjes snorren in de maan

Hier wil ik zijn in blauwe sneeuw
om witte schoenen bij te dragen
en te vallen in jouw schaamte
tot de tijding is gedaan
want hier is nacht allang geen nacht meer
in het zwartst van alle dagen
maar slechts heimwee op het venster
waar verlangen in blijft staan

Ik nam de aarde nog eens op
en vond een wereld die verstoken
in een winterslaap voorbij ging
toen zij zich had omgedraaid
ze hield haar bleke neus omhoog
alsof het zo was afgesproken
en schoot elders velden vol
uit bloemenschoot - ooit uitgezaaid

We bleven hier in blauwe sneeuw
en wreven wintertenen samen
en ik proefde van het zout
waarvan de liefde is gemaakt
maak me maar wakker - zei ik zacht
als bloemen vallen van de ramen
en de hele wijde wereld
weer door merels wordt ontwaakt

Maar even niet nog
even niet
want er was werkelijk
hier niets

in deze blauwe sneeuw van niemand
waarvoor wij ons moesten schamen




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen