Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Wit op Wit

Wat U ziet is wat er is
en wat U niet ziet zo voorbij
probeert U dat maar te begrijpen
in het vierkant van uw leven

Langzaam boog mijn hoofd naar links
om maar dat ene beeld te grijpen
wreef mijn ogen nog eens uit
om ze vervolgens toe te knijpen

Ja, heel goed - sprak achter mij een zware stem
de kunstenaar
die mij liet schrikken in een ogenblik
waarin ik was gebleven
Het moet rijpen met uw blik - zei hij
vooruit, toe - kijk nog even
en vertel mij wat U ziet
in uw zo wezenloos gestaar

Het viel mij zwaar hier iets te zien
op zijn zo witgestreken linnen
dat zo wit was in verschijning
dat het welhaast licht moest zijn
het was zo wit - dit schilderij
het straalde zonlicht diep van binnen
maar ik kon er niets in zien
laat staan een naam er bij verzinnen

Nee, ik weet het niet - zei ik
wat ik moet zien - dus zeg het maar

Het is een grote witte uil - zei hij
hij vliegt U soms voorbij
als iets van onvoltooide tijd
waarmee uw diepste wordt beschenen
Maar het is toch wit-op-wit - zei ik
en draaide me opzij
maar de man die het mij zei
leek met mijn laatste woord verdwenen

In verbazing bleef ik achter
met dit ene schilderij
dat mijn verbijstering trotseerde
witte veertjes had gerezen
en ik dacht er aan de man
aan wat hij zei - wie hij kon wezen
tot ik later in voorbijgaan
pas de titel had gelezen
















Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen