Stroman Gedichten

12 oktober 2011

Vroege Lentes

Ze zong zich voluit door het leven
met een stem die overbleef
langs diepe groeven van een kind
dat ongehinderd was gebleven
en zich klauterde aan touw
in haar nooit uitgewaaide geest
om er als jonge vrouw te zingen
van de dapperheid der dingen

En ze zong er - ach zo mooi
van vroege lentes op de dreef
die zij als kind er had beleefd
met paardenbloemen die verweven
haar dat gaven wat ze wilde
zoals zij ooit was geweest
gelijk het korenveld dat geel zag
toen haar ogen open gingen

Alleen op dagen dat ze somberde
dan neuriede zij zacht
op halve tonen in het zwart
die er het wit hadden verdreven
met een stem die - dichtgeknepen
in een stille gang verdween
rond koude kamers van haar hart
waar ooit een kameraad verscheen

Maar nimmer bleef ze lang verstoken
van haar stem die ze met pracht
voorbij de wolken had gebracht
ietwat gebroken - maar verheven
wat ze zong er - ach zo mooi
de broze stilte voor zich heen
voor wie het hoorde was zij eender
als zichzelf - nooit alleen




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen