Stroman Gedichten

13 oktober 2011

Duizendkunstenaars

Soms dan waren wij het vuurbeest
veel te plat om dood te gaan
bekeken wij zijn prentenboek
van kaft tot kaft - licht aangeschoten
trapten wij hem op zijn staart
of op zijn oude bokkenpoten
gaven wij het ongezegde door
het ongewoon gezegde door
van leven en de santenkraam
en alles wat men zag

We waren duizendkunstenaars
zeiden de bloemen nog gedag
floddermadammen met een hoed op
oude mannen kaal geschoren
slippendragers in voorbijgaan
uit een duizendei geboren
als de eerste keerkringvogels
die hoog vlogen in de nacht
veel hoger dan gespitste torens
waar de tijd werd doorgeschoven

Nimmer was hij uitgedanst
en draaide hij rond ons ontzag
droegen wij liever nog zijn piepzak
op ons kromme rug gebogen
voor wat kussen onderweg
een vlinderstrikje weggevlogen
dan te branden in een goudvuur
door hemzelf aangebracht
en waar hij woorden in zou hangen
om in letterkast te tonen

Liever dronken wij ons dronken
liepen door op hete kolen
en langs olifantenpaadjes
waar we lagen in het gras
zagen we in zijn prentenboek
hoe Smidje Smee - door list bewogen
er het vuurbeest had geranseld
hem zijn ziel had voorgelogen
en we wisten met ons wisselgeld
en heffen van ons glas
dat al datgene wat we vreesden
niets meer dan een voetnoot was

Nog liever dronken wij ons dronken
liepen schuins nog uit de pas
waren we duizendkunstenaars
ooit uit een duizendei geboren















 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen